English      
Zoeken  
   |   |   |   |  print   
KNPV
   

Nieuws

Plantenziektekunde in de Topsector

Hou 19 november 2014 vrij voor de KNPV-najaarsbijeenkomst.

15 augustus 2014

Terugblik debat via verslag en blog

De loop van het debat van de KNPV-voorjaarsbijeenkomst 'Gewasbescherming en omwonenden: wie of wat bepaalt' is na te lezen in

7 juli 2014

EFPP-conferentie 'Healthy plants - Healthy people'

8-13 september 2014, Krakow, Polen.

8 maart 2014

Gezocht: expert gewasbescherming bomen

Voor Bonsai-vereniging.

28 oktober 2013

KNPV-prijs 1999 voor Gerrit Bollen

Juryrapport Drs. G.J. Bollen, oud Universitair Hoofddocent aan het Laboratorium voor Fytopathologie van de LUW, heeft op het gebied van de gewasbescherming zowel nationaal als internationaal uitzonderlijke bijdragen geleverd op met name het gebied van onderwijs en onderzoek.

In Nederland was Bollen één van de eersten die het belang van plantpathogene bodemorganismen onderkende en hierdoor is hij, als 'leermeester-onderzoeker', mede de grondlegger van een 'Nederlandse school' van bodemfytopathologen. Hij leverde in totaal 36 studenten af die een afstudeeronderwerp bij hem hadden gedaan, en hij begeleidde een achttal promovendi. Voor Bollen hield de begeleiding echter niet op bij de buluitreiking. Het gemak waarmee hij benaderd kon worden voor plantenziektekundige vragen was groot. Voor velen was en is hij dè vraagbaak op het terrein van bodempathogenen. Overigens beperkten deze vragen zich vaak niet tot de bodempathogenen. Op onderwijskundig gebied was Bollen zijn tijd ver vooruit. Dit blijkt uit de kwaliteit van de door hem verzorgde cursussen. Zijn collegedictaat 'Bodempathogenen' gaat door voor een standaardwerk. Zijn werkcollege 'Mycologie' integreerde hoorcollege met practicum. Hij bleek een geboren leraar die zijn studenten wist te boeien. Verder was Bollen ontwerper van tekeningen van vele ziektecycli op posterformaat, die nu nog steeds volop gebruikt worden in het onderwijs. Ook was Bollen de persoon die de plantenziektetuin in Wageningen inrichtte: een juweel van een combinatie van functionaliteit en schoonheid. Deze plantenziektetuin, die vooral voor onderwijsdoeleinden gebruikt werd, was wereldwijd een zeldzaam fenomeen.

In het onderzoek was de aandacht van Bollen met name gericht op complexe systemen met multipele interacties; bepaald geen eenvoudige opgave voor een onderzoeker. Samen met Fuchs publiceerde hij als één der eersten over de selectieve werking van benomyl. De neveneffecten van nematiciden werden onderzocht samen met Hofman. Hierbij bleek de bodemmesofauna een sleutelrol te spelen. Bollen was de eerste die de selectieve werking van bodemverhitting op bodemorganismen onderkende. Later werden o.a. met Tuitert de effecten van compostering van groente-, fruit- en tuinafval op bodempathogenen bestudeerd. Met Nagtzaam werden de mogelijkheden voor biologische bestrijding van Verticillium dahliae verkend. In samenwerking met Blok werd de oorzaak van een bodemziekte bij asperge achterhaald, en werd de basis gelegd voor biologische grondontsmetting, een nog in ontwikkeling zijnde, veelbelovende methode om bodemgebonden pathogenen te bestrijden. Bollen schreef verder diepgravende literatuuroverzichten over een keur aan onderwerpen. Veel van het onderzoek werd verricht in samenwerking met het bedrijfsleven, zonder dat de fundamenteel-ecologische aspecten uit het oog raakten.

Voor de KNPV is Bollen acht jaar lang redacteur geweest van het 'Netherlands Journal of Plant Pathology'. Bollen had een belangrijke bijdrage als lid van het dagelijks bestuur van het Landelijk Onderzoeksplan Bodembiologie. In de bodemfytopathologische onderzoekwereld speelde hij gedurende 26 jaar een belangrijke rol als voorzitter van de KNPV?werkgroep 'Bodempathogenen en bodemmicrobiologie'. Hij was lid van de adviescommissie van het Bedrijfslaboratorium voor Grond- en Gewasonderzoek "Mariëndaal" te Oosterbeek en vele begeleidingscommissies.

Bollen heeft veel werk achter de schermen verricht. Hij werd voor vele, vaak ondankbare, zaken gevraagd, en maar zeer zelden zei hij nee. Een persoonlijk beroep op Bollen leidde altijd tot bereidwillige medewerking die in meerdere of mindere mate gelieerd waren aan zijn onderzoek. Op die wijze heeft Bollen sterk bijgedragen aan een positieve uitstraling van de plantenziektekunde in Nederland en daarbuiten. Het algemene belang was voor hem groter dan het persoonlijke belang.

De jury is dan ook unaniem van mening dat de KNPV-prijs 1998 aan drs. G.J. Bollen uitgereikt dient te worden.

Voorzitter: prof.dr. K. Verhoeff, Wageningen, secretaris: dr.ir. A.J. Termorshuizen, Laboratorium voor Fytopathologie, Wageningen, leden: dr. L. Broers, hoofd veredeling bij Nunhems Zaden, Haelen, E.J. de Bruin, voorzitter Nefyto, Etten-Leur, en mw.prof.dr. L. van Vloten Doting, directeur van Directie Wetenschap en Kennisoverdracht, LNV, Den Haag.


Bijlage: Geselecteerde publicaties

Bollen, G.J. 1969. The selective effect of heat treatment on the microflora of a greenhouse soil. Neth. J. Pl. Path. 75: 157-163.

Bollen, G.J., Fuchs, A. 1970. On the specificity of the in vitro and in vivo antifungal activity of benomyl. Neth. J. Pl. Path. 76: 299-312.

Bollen, G.J., Scholten, G. 1971. Acquired resistance to benomyl and some other fungicides in a strain of Botrytis cinerea in cyclamen. Neth. J. Pl. Path. 77: 83-90.

Bollen, G.J. 1971. Resistance to benomyl and some chemically related compounds in strains of Penicillium species. Neth. J. Pl. Path. 77: 187-193.

Bollen, G.J. 1972. A comparison of the in vitro antifungal spectra of thiophanates and benomyl. Neth. J. Pl. Path. 78: 55-64.

Bollen, G.J. 1974. Fungal recolonization of heat-treated glasshouse soils. Agro-Ecosystems 1: 139-155.

Boerema, G.H., Bollen, G.J. 1975. Conodiogenesis and conidial septation as differentiating criteria between Phoma and Ascochyta. Persoonia 8: 111-144.

Bollen, G.J., van Zaayen, A. 1975. Resistance to benzimidazole fungicides in pathogenic strains of Verticillium fungicola. Neth. J. Pl. Path. 81: 157-167.

Mills, J.T., Bollen, G.J. 1976. Microflora of heat-damaged rapeseed. Can. J. Bot. 54: 2893-2902.

Bollen, G.J. 1977. Pathogenicity of fungi isolated from stems and bulbs of lilies and their sensitivity to benomyl. Neth. J. Pl. Path. 83, Suppl.1: 317-329.

Bollen, G.J. 1979. Side-effects of pesticides on microbial interactions. In: Soil-borne plant pathogens (B. Schippers & W. Gams, eds.), Acad. Press, London, p. 451-481.

Hoeven, E.P.van der & G.J. Bollen, 1980. Effect of benomyl on soil fungi associated with rye. 1. Effect on the incidence of sharp eyespot caused by Rhizoctonia cerealis. Neth. J. Pl. Path. 86: 163-180.

Bollen, G.J. 1982. Fungicide resistence and microbial balance. In: Fungicide resistence and crop protection (J. Dekker & S.G. Georgopoulos, eds.). PUDOC, Wageningen, pp. 161-176.

Bollen, G.J., van der Hoeven, E.P., Lamers, J.G., Schoonen, M.P.M. 1983. Effect of benomyl on soil fungi associated with rye II. The mycoflora of the culm base and the rhizosphere. Neth. J. Pl. Path. 89: 55-66.

Bollen, G.J. 1985. The fate of plant pathogens during composting of crop residues. In: Composting of agricultural and other wastes (J.K.R. Gasser, ed.), Elsevier Appl. Sci. Publ., London, pp. 282-290.
Hofman, T.W., Bollen, G.J. 1987. Effects of granular nematicides on growth and antagonism to Rhizoctonia solani. Neth. J. Pl. Path. 93: 201-214.

Ypema, H.L., van der Pol, P.A., Bollen, G.J. 1987 Black rot of stentlings of roses: a disease caused by various soil fungi. Scientia Hortic. 33: 269-280.

Runia, W.T., van Os, E.A., Bollen, G.J. 1988. Disinfection of drainwater form soilless cultures by heat treatment. Neth. J. agric. Sci. 36: 231-238.

Bollen, G.J., Volker, D., Wijnen, A.P. 1989. Inactivation of soil-borne plant pathogens during small-scale composting of crop residues. Neth. J. Pl. Path. 95, Suppl.1:19-30.

Vos, J., van Loon, C.D., Bollen, G.J. (eds.) 1989. Effects of crop rotation on potato production in the temperate zones. Kluwer Acad. Press, Dordrecht, 310 pp.

Bollen, G., Hoekstra, O., Scholte, K., Hofman, T.W., Celetti, M.J., Schirring, A. 1989. Incidence of soil-borne pathogens in potato related to the frequency of potato growing on a clay loam. In: previous publ., pp. 203-222.

Bollen, G.J. 1989. Actueel onderzoek na twintig jaar Werkgroep Bodempathogenen en Bodemmicrobiologie. Gewasbescherming 20: 183-184.

Beemster, A.B.R., Bollen, G.J., Gerlagh, M., Ruissen, M.A., Schippers, B., Tempel, A. (eds.), 1991. Biotic interactions and soil-borne diseases. Elsevier Sci. Publ., Amsterdam, 428 pp.

Hofman, T.W., Middelkoop, J., Bollen, G.J. 1991. Causes of the increased incidence of Rhizoctonia solani in potato crops treated with nematicides. In previous publication pp. 17-22.

Bollen, G.J., Middelkoop, J., Hofman, T.W. 1991. Effects of siol fauna on infection of potato sprouts by Rhizoctonia solani In previous publication pp. 23-30.

Bollen, G.J., Volker, D., Maas, A.W.H.M. 1992. Eradication of soil-borne pathogens during composting of residues of vegetable and ornamental crops. In: Proc. Congr. Agriculture and environment in Eastern Europe and the Netherlands (J. Meulenbroek, ed.), Wageningen, 5 & 6 Sept., 1990, pp. 246-254.

Rijkers, A.J.M., Hiemstra, J., Bollen, G.J. 1992. Formation of microsclerotia of Verticillium dahliae in petioles of infected ash trees. Neth. J. Pl. Path. 98: 261-264.

Bollen, G.J. 1993. Factors involved in inactivation of plant pathogens during composting of crop residues. In: Science and engineering of composting (H.A.J. Hoitink & H.M. Keener, eds.). Renaissance Publ. Cy, Worthington, Ohio, pp. 301-319.

Bollen, G.J. 1993. Mechanisms involved in non-target effects of pesticides on the incidence of soil-borne pathogens. In: Pesticide interactions in crop production: beneficial and deleterious effects (J. Altman, ed.). CRC Press, Florida, pp. 281-301.

Castejón-Munoz, M., Bollen, G.J. 1993. Induction of heat resistance in Fusarium oxysporum and Verticillium dahliae caused by exposure to sublethal heat treatments. Neth. J. Pl. Path. 99: 77-84.

Platt H.W., Bollen, G.J. 1993. Use of tissue culture potato plantlets for investigation of diseases of subterranean plant parts. Plant Disease 77: 1112-1113.

Blok, W.J., Bollen, G.J. 1993. The role of autotoxins from root residues of the previous crop in the replant disease of asparagus. Neth. J. Pl. Path. 99, Suppl. 3: 29-40.

Tuitert, G., Bollen, G.J. 1993. Recovery of resting spores of Polymyxa betae from soil and the influence of duration of the bioassay on the detection level of beet necrotic yellow vein virus in soil. Neth. J. Pl. Path. 99, Suppl. 3: 219-230.

Nagtzaam, M.P.M., Bollen, G.J. 1994. Long shelf life of Talaromyces flavus in coating material of pelleted seeds. Eur. J. Pl. Path. 100: 279-282.

Blok, W.J., Bollen, G.J. 1995. Fungi on roots and stem bases of asparagus in the Netherlands: species and pathogenicity. Eur. J. Pl. Path. 101: 15-24.

Platt, W.H., Bollen, G.J. 1995. Influence of isolation procedure on recovery of Verticillium species and Colletotrichum coccodes from potato stems. Mycol. Res. 99: 942-944.

Blok, W.J., Bollen, G.J. 1996. Etiology of asparagus replant-bound early decline in the Netherlands. Eur. J. Pl. Path. 101: 87-98.

Bollen, G.J., Volker, D. 1995. Phytohygienic aspects of composting of plant residues. In: The science of composting (M. de Bertoldi, P. Seqiu, B. Lemmes, T. Papi, eds.). Blackie Academic & Professional (Chapman & Hall), Glasgow, pp. 233-246.

Tuitert, G., Bollen, G.J. 1995. The effect of composted vegetable, fruit and garden waste on the incidence of soilborne plant diseases. In: The science of composting (M. de Bertoldi, P. Seqiu, B. Lemmes, T. Papi, eds.). Blackie Academic & Professional (Chapman & Hall), Glasgow, pp. 1365-1369.

Blok, W.J., Bollen, G.J. 1996. Inoculum sources of Fusarium oxysporum f.sp. asparagi in Dutch asparagus production. Ann. Appl. Biol. 128: 219-231.

Blok, W.J., Bollen, G.J. 1996. Interactions of asparagus root tissue with soil micro-organisms as a factor in early decline of asparagus. Plant Pathol. 45: 809-822.

Nagtzaam, M.P.M., Bollen, G.J. 1997. Colonization of roots of potato and eggplant by Talaromyces flavus from coated seed. Soil Biol. Biochem. 29: 1499-1507.

Blok, W.J., Bollen, G.J. 1997. Host specificity and vegetative compatibility of Dutch isolates of Fusarium oxysporum f.sp. asparagi. Can. J. Bot. 75: 383-393.

Nagtzaam, M.P.M., Termorshuizen, A.J., Bollen, G.J. 1997. The relationship between soil inoculum density and plant infection as a basis for a quantitative bioassay of Verticillium dahliae. Eur. J. Pl. Path. 103: 597-605.

Blok, W.J., Zwankhuizen, M.J., Bollen, G.J. 1997. Biological control of Fusarium oxysporum f.sp. asparagi by nonpathogenic isolates of F. oxysporum. Biocontrol Sci. Technol. 7: 527-541.

Nagtzaam, M.P.M., Bollen, G.J., Termorshuizen, A.J. 1998. Evaluation of methods for biocontrol of Verticillium dahliae by applying Talaromyces flavus alone or in combination with microbial antagonists to eggplant as a test plant. Journal of Phytopathology (in press).

Tuitert, G., Szczech, M., Bollen, G.J. 1998. Suppression of Rhizoctonia solani in potting mixtures amended with compost made from organic household waste. Phytopathology 88: 764-773.

 

Inloggen
gebruikersnaam
wachtwoord
Wachtwoord vergeten?
 
Verenigingsblad
 

Het verenigingsblad van de
KNPV verschijnt zes maal
per jaar en omvat per
jaargang minimaal
250 pagina`s.

Lees meer

Powered by Allegro