English      
Zoeken  
   |   |   |   |  print   
KNPV
   

Nieuws

GESLOTEN DISCUSSIE: Jaap van Wenum - Ethische keuzes nodig voor draagvlak gewasbescherming

Ondoordachte keuzes in het verleden kunnen je als sector of industrie nog lang achtervolgen. Neem genetische modificatie van gewassen. Een mooie techniek die goede kansen biedt om teelten en gewasbescherming te verduurzamen. We zien daar echter nog niet zoveel resultaat van. De grootste (en eerste) toepassing wereldwijd betrof immers de teelt van herbicideresistente gewassen. Wetenschappelijk gezien veilig maar er waren ook landbouwkundige risico’s zoals het ontstaan van resistente onkruiden. De meeste discussie is echter ontstaan over de koppelverkoop van zaden en gewasbeschermingsmiddelen, waardoor vooral de afhankelijkheid van gewasbeschermingsmiddelen is bevorderd. We kennen de geschiedenis van deze ondoordachte keuze die leidde tot een ongekende polarisatie tussen voor- en tegenstanders van GGO. Zelfs een nieuw GGO-gewas als de ‘golden rice’ waarmee vitamine A-gebrek en blindheid wordt voorkomen bij jonge kinderen in ontwikkelingslanden is daardoor nu aan hevige kritiek onderhevig.

We staan naar mijn stellige overtuiging aan de vooravond van een nieuwe groene revolutie. Die is nodig om weg te komen van discussies over risico’s van gewasbescherming voor bijvoorbeeld bijen en volksgezondheid. Met nieuwe veredelingstechnieken voor sterke planten in het verschiet worden straks oplossingen geboden voor een gezonde teelt met minder inputs in een gezonde omgeving. Maar hoe gaan we ervoor zorgen dat die nieuwe technieken geen valse ondoordachte start krijgen zoals bij de GGO’s en ook echt voor duurzame oplossingen worden ingezet? In Noord-Amerika is een nieuwe veredelingstechniek door een bedrijf ingezet voor ‘arctic apples’ die na snijden in partjes niet bruin verkleuren. De reactie van de appeltelers verenigd in de US Apple Association was verrassend: “Gebruik deze techniek niet als oplossing voor een cosmetisch probleem.” Zij maakten daarbij geen wetenschappelijke afweging over veiligheid maar een ethische en vonden het risico voor het natuurlijke imago van de appel niet opwegen tegen de cosmetische voordelen.

In Europa en eigen land hebben landbouworganisaties bezwaar aangetekend tegen een aangevraagd octrooi op een natuurlijk paprikagen voor insectenresistentie. Rationeel gezien is octrooieren wellicht een acceptabele keuze, maar ook hier komt de ethiek om de hoek. Kunnen bedrijven zo maar de natuur octrooieren en anderen onthouden om onbeperkt met natuurlijke genen en rassen door te kweken?

Ook de ontwikkeling van groene laag-risico gewasbeschermingsmiddelen komt in een versnelling. Gaan we ze gebruiken als de oude oplossing niet meer kan, of in een combinatieproduct met oude chemie erbij voor een langer-leven-verdienmodel, of durven we voor echte vernieuwing te gaan en vervangen we oude, meer risicovolle chemie zo snel als mogelijk? Het maatschappelijk verdienmodel vraagt om het laatste.

Ik ben een groot voorstander van een wetenschappelijke en technologische benadering van gewasbescherming en veredeling gericht op veilig gebruik. Inzet van technologie wordt echter steeds vaker ook langs de ethische lat gelegd, niet alleen door kritische NGO’s maar ook door agrariërs zelf. Als sector en industrie moeten we daarom ook ethische keuzes durven te maken om het maatschappelijk draagvlak voor innovatieve oplossingen en technieken te blijven verdienen. Dat is cruciaal voor de toekomst van de plantaardige productie en daarmee ook voor de hele gewasbeschermingskolom.

Jaap van Wenum

KNPV | 10 februari 2014 08:59:21

Reacties gesloten.

Annemarie Breukers

Ethische argumenten worden inderdaad steeds vaker ingezet in discussies over het wel of niet doorvoeren of accepteren van innovatieve technologieën en producten. Bij mij ontstaat de vraag in hoeverre het daarbij daadwerkelijk gaat om een ethische afweging? Of wordt ethiek gebruikt als maatschappelijk gerechtvaardigd alternatief voor individuele belangen?

Ik vermoed dat de appeltelers in de VS eerder wakker zullen liggen van potentiële imagoschade (dus opbrengstderving) dan van de controversiële veredelingstechniek zelf. In de discussie rondom het wel of niet telen van herbicidetolerante of insectenresistente gewassen in de EU speelt – tenminste in een aantal landen – onder meer de marktpositie van het eigen product mee. En de ethische argumenten die opgevoerd worden in de maatschappelijke discussie over gmo’s zijn misschien wel oprecht, maar vaak niet uniek voor gmo’s.

Ethische argumenten worden zowel vóór als tégen innovaties ingezet, en soms schijnbaar lukraak afhankelijk van het doel dat men ermee wil bereiken. Een begrip als ‘freedom of choice’ kan vanuit zowel producent als consument benaderd worden, maar vaak wordt voor het gemak slechts een van beide kanten belicht, of zelfs één doelgroep daarbinnen.

Onlangs sprak ik een taxichauffeur die met de beste bedoelingen zijn ongezouten mening gaf over recente ontwikkelingen rondom gmo’s, gebaseerd op internet-wijsheden en broodje-aap verhalen. Dat laatste zag hij zelf overigens ook wel in, getuige zijn boosheid over het feit dat “we onvoldoende geïnformeerd worden door de media omdat men het óf niet weet óf informatie achterhoudt, bewust of onbewust”.

Ethische argumenten kunnen partijen dus zowel dichter bij elkaar brengen als verder uit elkaar drijven. Volgens mij zit het verschil in de timing. In de voorbeelden in de blog werd het resultaat van jarenlange investering en onderzoek vrij abrupt in de maatschappij gepositioneerd. Dat roept bij mensen weerstand op. Blijkbaar doet hun mening er niet toe, de sector doet toch waar die zelf zin in heeft. Door in een eerder stadium de dialoog op te zoeken ontstaat begrip voor elkaar en kunnen we tijdig anticiperen op heersende overtuigingen en ideeën in de samenleving.

Staan we aan de vooravond van een nieuwe groene revolutie? Ik ben benieuwd. Als het echt zo is, laten we dan nu alvast met elkaar in gesprek gaan. En daarbij vooral de maatschappij als partner niet vergeten.
17-02-2014 10:47:36

Jan Bouwman

Beste Jaap

Ik ben van mening dat in al ons doen en laten we ethisch en doordacht te werk dienen te gaan. Prive en als werknemer van Syngenta .
We moeten naar een duurzaam land- en tuinbouw systeem om meer te produceren met minder input van water, chemie en kunstmest om de druk op de omgeving (biodiversiteit, water, bijen, omwonenden etc) te verminderen. Dat is een (hele) grote uitdaging , we moeten in de komende 40 jaar evenveel voedsel produceren als in de afgelopen 8000 jaar, met minder input.

Nieuwe technieken (precisie landbouw) en (snellere) veredelingsmethoden (bijvoorbeeld cisgenese) horen daarbij en zijn ethisch verantwoord ( indien er geen evidente risico’s voor voedsel en omgeving zijn) om snellere stappen te maken om de input te reduceren , druk op de omgeving te verminderen en meer voedsel te produceren.
Echter alles wat je doet is onderhevig aan voortschrijdend inzicht. Wat je nu doet en besluit , en naar de huidige inzichten goed en ethisch is , kan over een aantal jaren blijken toch minder goed uit te pakken.
Niets is zonder risico.
Niets doen echter is geen optie gezien de vraag om voedsel , de druk op de omgeving en productiefactoren.

Dat er (mogelijk ondoordachte) keuzes zijn gemaakt bij de ontwikkeling van de genetische gemodificeerde gewassen is waar maar dat wil niet zeggen dat we deze techniek op zeer ethtisch gronden hard nodig zullen hebben

Bij de insect-resistentie in paprika is geen sprake van genetische modificatie, we maken gebruik van genen aanwezig in wilde Capsicum.
Syngenta heeft géén patent op paprikaplanten noch op de vruchten , noch op de genen verantwoordelijk voor de resistentie.
Het patent betreft de nieuwe innovatieve methode om insectresistentie in paprikarassen in te kunnen kruisen en de informatie over de merkers waarmee de aanwezigheid van de resistentie aangetoond kan worden. Dit geheel is een technologische doorbraak; immers, een resistentie in wild materiaal is niet bruikbaar en het vereist een langdurig onderzoek om deze onbruikbare resistentie op te waarderen en een methode te ontwikkelen om deze stabiel in elitemateriaal voor nieuwe rassen in te kunen kruisen. Wil men gebruik maken van deze technologie (verkregen na langjarig onderzoek door Syngenta) dan is dat voor elke veredelaar mogelijk. Iedereen heeft eenvoudig toegang via Syngenta elicencing (www.traitability.com) en het volledig ethisch en doordacht dat Syngenta passende royalties vraagt aan andere veredelaars om van deze technologie commercieel gebruik te mogen maken voor hun rassen (waarop zij evt. zelf kwekersrecht kunnen aanvragen). Passende royalties betekent dat de royalties redelijk en proportioneel zijn; andere veredelaars kunnen aan het inkruisen van de resistentie verdienen omdat deze een meerwaarde geeft aan het zaad. Voor de paprikateler ontstaat er meer keuze; rassen met en zonder resistentie. De rassen met resistentie kunnen met minder gewasbescherming geteeld worden (= minder kosten) en ondervinden minder kwaliteitsverlies door insectenschade (= meer financiele opbrengst). Het spreekt voor zich dat de teler vrij kan kiezen en een economische afweging maakt. Alleen als de teler van het resistente ras een hoger financieel resultaat verwacht, zal hij bereid zijn de hogere zaadprijs te betalen.

Overigens zijn patenten op resistenties helemaal niet nieuw. Sinds ~15 jaar is er een patent op insectenresistentie tegen bladluizen in sla (patenthouder is een ander Nederlands veredelingsbedrijf). Deze resistentie wordt door vrijwel alle bedrijven die in sla veredelen op licentiebasis gebruikt en daarbij zijn geen problemen bekend. De licentie is passend en inmiddels worden vrijwel uitsluitend resistente slarassen gebruikt. Dit heeft voordelen omdat het gewasbespuitingen met insecticiden bespaart (minder kosten, minder emissie naar bv oppervlaktewater, minder residuen). De telers zijn hier blij mee en vinden dat de voordelen absoluut opwegen tegen de nadelen. De patenthouder is ook tevreden; de risicovolle investering in het ontwikkelen van een totaal nieuwe methode van inkruisen van de resistentie is door het succes (lees nut!) van de resistentie via licjentieinkomsten rendabel. Hierdoor komt er een nieuwe stimulans om deze inkomsten in het volgende baanbrekende (en risicovolle) resistentieveredelingsproject geinvesteerd. Deze cyclus van investering/innovatie/terugverdienen is essentieel voor een verdere innovatie in land- en tuinbouwzaden en hierbij spelen patenten zeker een rol.

Wij kunnen ons niet voorstellen dat telers die toekomstgericht denken, tegen een uitbreiding van keuzes kunnen zijn. Zeker nuttige innovaties als resistenties zijn van cruciaal belang in een tijd dat de verduurzaming van land- en tuinbouw zo belangrijk is. Het afschaffen van patenten zullen de investeringsbasis voor innovatie in de veredeling zeker geen goed doen.

16-02-2014 15:19:05

Terug

Inloggen
gebruikersnaam
wachtwoord
Wachtwoord vergeten?
 
Verenigingsblad
 

Het verenigingsblad van de
KNPV verschijnt zes maal
per jaar en omvat per
jaargang minimaal
250 pagina`s.

Lees meer

Powered by Allegro